Fragmentje De Legende van de Hemelrijders door Michael Reefs
Door: Michael Reefs op 16 juli 2012


Michael Reefs zijn debuut De Legende van de Hemelrijders en de avonturen van de Bieb bende (10 jaar en ouder) komt in maart 2013 uit bij uitgeverij Zilverspoor en wij mochten al een exclusief voorproefje plaatsen!



Omschrijving:
Wanneer er 1 januari donkere wolken over Zuidbaai trekken, weten vijf kinderen dat er iets goed mis is. Luca, Sander, Melanie, Roy en Valerie ontdekken een verborgen kasteel op de heuvel in het noordoosten. Als hier iets later een bibliotheek wordt gebouwd, richten zij De bieb bende op. Ze besluiten alle geheimen aan het licht te brengen die in de heuvel al eeuwenlang verborgen zijn. Twaalf geesten, de Hemelrijders, worden er gevangen gehouden door de gevreesde man met de bijl, George Hill. De eerste geest geeft de kinderen drie aanwijzingen om gered te worden. Tot 23 januari heeft De bieb bende tijd om hem te bevrijden. Intussen komen de gevaren dichterbij. De kinderen weten dat ze te ver zijn gegaan, maar nu moeten ze er alles aan doen om er ongedeerd vanaf te komen.  

De voorlopige kaft:

biebbendevoorkantboekmichaelreefs

Fragment:

De rand van de top had ze nu al een heel eind achter zich gelaten, maar het akelige huisje kwam steeds meer tevoorschijn tussen de bomen. Van dichtbij zag je duidelijk dat het al honderden jaren oud was en al lang niet meer bewoond was. Het bestond volledig uit hout en op de plaatsen waar eens ramen hadden gezeten, zaten nu diepe zwarte gaten. Ook de houten deur, die scheef in het kozijn hing, had de jaren nauwelijks overleefd. De planken waren half verrot, met grote kieren en scheuren. 

Luca liep iets langzamer. De stemmen van de anderen klonken steeds verder weg. Hierboven kon ze de eenzaamheid goed voelen. Het was er nog kouder dan beneden, alsof er een wind om het huis heen waaide. Misschien een soort beveiliging om iedereen weg te houden, dacht Luca. Toch liep ze verder. Telkens een stap dichterbij het huis. Totdat haar voeten niet meer verder wilden. Ze bleef staan. De wind was gaan liggen en het werd muisstil. Het huis veranderde, alsof er plotseling een waas over haar ogen lag. Ze probeerde de waas weg te wrijven, maar de vlek ging niet weg. Het werd zelfs nog erger.

De hele plek trilde onder Luca’s voeten. Waarschijnlijk was het een soort aardbeving, die van diep in het binnenste van de heuvel kwam. Luca bleef staan, stevig met haar voeten op het gras. Ze kwam pas weer in beweging toen ze achter haar een kreet hoorde. Haar vrienden hadden haar hulp nodig, maar ze wilde het niet horen, ze liep gewoon door. 

De aardbeving stopte vanzelf en de wazige vlekken verdwenen. Luca was er niet blij mee, ze had namelijk het gevoel dat ze op een andere plek stond. Het huis was er niet meer. De plek leek verlaten, helemaal leeg. Er was zelfs geen zuchtje wind te horen. 

‘Jongens? Zijn jullie er nog?’ riep ze. Haar stem klonk erg dof en hol. Geschrokken draaide ze zich om. Heel Zuidbaai was donker geworden en lag veel verder weg dan eerst. Het rook hier nu ook anders. Vlak nadat ze de top had beklommen, rook het nog naar vers gemaaid gras. Nu kon ze duidelijk de geur ruiken van verbrand hout. 

Luca zette een laatste stap, hoewel ze wist dat dit heel erg fout was. Ze had er spijt van dat ze niet naar de waarschuwingen van Melanie had geluisterd. Dat ze niet met Roy mee naar beneden was geklommen. Ze had de rest in de steek gelaten. 

‘Dit kan niet waar zijn,’ zei Luca verbaasd en bang tegelijk. Het had niet veel gescheeld, of ze was met haar neus tegen een enorm hoog kasteel gebotst. Het kasteel dat ze maar al te goed kende van de legende die haar oma altijd vertelde. Het was vanuit het niets verschenen, precies op de plek waar eerst het huisje had gestaan. De hoge toren aan de voorkant raakte bijna de pikzwarte hemel. Luca was blij dat de ronde, ijzeren poort gesloten was. Hierdoor hoefde ze niet te zien wat er zich allemaal binnen afspeelde. Hier buiten had ze al kippenvel genoeg. Ze vroeg zich af hoe dit had kunnen gebeuren. Waar was het huisje naartoe? Waarom had ze het kasteel niet al veel eerder gezien? 

‘Jongens, waar zijn jullie?’ Haar stem klonk nog vreemder dan eerst. Terwijl ze in haar eigen arm kneep om er zeker van te zijn dat dit geen droom was, liep ze enkele stappen achteruit. 

‘Melanie, ik geloof je! Kom alsjeblieft terug, het is allemaal mijn fout. Het spijt me.’ Er kwam niemand. De rest van het clubje was zelfs niet meer te horen. Ze waren zeker allemaal beneden op het plein en wachtten tot zij ook zou komen. 

Vlak voor Luca klonk een harde klap. In een enkele seconde wist ze dat ze weg moest van deze plek, dat het hier veel te gevaarlijk was voor kinderen. Misschien zelfs te gevaarlijk voor volwassenen. Wat ze ook zeiden over die legende, het was allemaal waar. Luca twijfelde er helemaal niet meer aan. Ze wilde rennen, maar haar benen voelden zo zwaar. De ijzeren poort van het kasteel werd heel langzaam omhoog gehesen. Luca zag een zilverachtige gloed over de grond zweven, die razendsnel haar richting uitkwam. Te laat besefte ze dat dit een soort touw was, dat om haar voeten werd gebonden en haar vooruit trok. Ze schreeuwde en riep de namen van haar vrienden. 

De afstand tot de poort werd steeds kleiner en Luca wist dat de tijd begon te dringen. Er schoten allerlei dingen door haar hoofd. De poort maakte opnieuw een geluid en rolde langzaam weer omlaag. Luca schoof er onderdoor en keek een laatste keer achterom. Op dat moment ging de poort voor haar neus dicht. Ze zat opgesloten in het griezelige kasteel. 

hemelrijders

Michael Reefs

Lees meer over Michael Reefs en zijn debuut op zijn auteurspagina.



Bezoekersreacties: