|
De mannen liepen terug over de uitloper, terwijl de zee kolkte en het monsterlijke keelgeluid van Falcenah nagalmde in de lucht. Geen van hen keek ook maar één keer om. “Kom terug!” schreeuwde Xandrine. Ze rukte en trok aan haar ketenen. De wind leek haar kreet weg te honen. De schaduw onder het wateroppervlak beschreef een trage bocht en zette koers in haar richting. Golfjes klotsten onrustig tegen de voet van de rots.
Haar gedachten reduceerden zich tot één enkele hartenklop. Weg, maak dat je wegkomt. Ze wierp zich naar voren met alle kracht die ze in zich had. Het ijzer week geen duimbreed en sneed diep in haar vlees. Met een gil van pijn zakte ze op haar knieën. Ze greep de kettingen met beide handen beet en begon ze over de rots te schuren. Het geluid ging door merg en been. Vonkjes sprongen op. Ze sloeg er geen acht op dat ze haar handen openhaalde, dat ze haar nagels brak, dat haar armspieren brandden. Sneller, sneller.
Het zeewater roerde zich. Even nog waren het alleen maar golvende schaduwen. Toen explodeerde de zee en rees het lichaam van Falcenah als een waterige, groene muur voor haar op. Xandrines kreet ging over in een langgerekte gil van ontzetting. Zeewater overspoelde haar en ze zakte kokhalzend onderuit. Het zeemonster verhief zich hoog boven haar. Uit zijn keel kwam een diep, wellustig gerommel. Xandrine haalde gierend adem. Haar zicht beperkte zich tot een zwarte koker vol lichtflitsen en even bad ze dat ze haar bewustzijn zou verliezen. Maar dat gebeurde niet. Het waas voor haar ogen loste op en ze zag Falcenah, zijn slangenlijf wiegend tussen de golven, terwijl hij haar in de gaten hield – bijna alsof hij wachtte tot ze genoeg bij was om te beseffen wat er ging gebeuren. Met geopende muil helde hij naar haar over.
Xandrine gilde tot haar keel brandde. Falcenah dook op haar af en zond een vlaag van naar bederf stinkende adem vooruit. Zijn tanden trokken vurige sporen over haar borst, haar benen, haar opgeheven armen. Het monster trok zich weer terug en bezag haar vanuit de hoogte, met tussen zijn tanden wapperende stroken stof van haar kleding. Hij wachtte. Over zijn gele ogen lag een glans van bloeddorst en vermaak. Toen legde hij met een brul zijn kop in de nek en dook hij voor de tweede maal naar voren.
Ditmaal zou het definitief zijn en Xandrine wist het. Ze wist dat haar komende drie hartslagen haar laatste zouden zijn. Maar ze kon niet meer. Ze hing slap in haar ketenen en staarde naar het bloed dat in het zeewater druppelde. De wereld verstilde, verstomde. Er was alleen nog die brul...
Maria Schrijver Kijk HIER voor meer info over het boek.
Bezoekersreacties:
|