Het zwart was overal rondom de Tanden van Doh. De kleuren van de Shou-zi nevel waren onzichtbaar. Alleen een magere verzameling streperige grauwe slierten bleef over. Schoonheid was verdreven en duisternis verving die, alsof deze plaats geen licht en kleur toestond, als een stil en donker graf.
De onbekende kracht die het schip voortstuwde, bleef de Tanden van Doh onwrikbaar in zijn greep houden. Waar de reis naar toe ging, was duidelijk. Op de vraag waarom ze meegevoerd werden, moest later een antwoord gevonden worden. Hallas grootste probleem nu, was het risico dat zijn bemanning en schip liepen.
Dezelfde korporaal die hem eerder had gewaarschuwd riep hem weer aan: Er verschijnt nog iets in beeld generaal!
Hallas sprong overeind. Verdomme, dacht hij. Wat is hier aan de hand? Licht geirriteerd en tegelijkertijd bevreesd, liep hij naar de kleinere monitor, waar de korporaal hem iets aanwees.
Daar manifesteerde een nieuwe verschijning. Groter, veel groter dan wat hen in de macht hield.
Donker en dreigend lag het uitgespreid over de nevel...