Interview met Robin Hobb
Door: Cocky en Astrid Lecomte op 5 mei 2012


“Thee is het eerste ingrediënt om een groot schrijver te worden.”

Robin Hobb is op de Elf Fantasy Fair en Magic Tales mag haar van uitgeverij Luithing Fantasy interviewen. We spraken haar over lange en korte verhalen, eendjes in de grachten, kippen in de tuin en… hoe doet ze dat toch allemaal?


‘Ah stroopwaffels, dropjes en thee, heerlijk!’ Met een brede glimlach neemt Margaret Astrid Lindholm Ogden, schrijvend onder het pseudoniem Robin Hobb het cadeautje van Magic Tales in ontvangst. Als we aankomen op de ELFF regent het pijpenstelen. Drijfnat, met onze mascara stromend over onze wangen, worden we ontvangen in het lieflijke torenkamertje van de Duivenpoort op Kasteel de Haar, in Haarzuilens. Met een prachtig uitzicht van verkleedde mensen, kraampjes, muziek en dans. Ze biedt ons koffie en thee aan en dan gaan we om de tafel zitten.

 

Vind ze het mooi hier en is er ook zoiets als dit in Amerika? ‘In Amerika zijn er ook conventies, maar die zijn meestal binnen en we hebben natuurlijk niet zulke prachtige locaties.’ Of de verklede mensen haar inspireren? ‘Jazeker,’ lacht ze. Op haar Facebook pagina heeft ze een berichtje geplaatst over een wandeling langs de grachten. Wat vindt ze van onze hoofdstad en doet ze inspiratie op tijdens haar reizen, verwerkt ze verschillende culturen in haar boeken? ‘Nederland is erg mooi, en Amsterdam heeft prachtige grachten, er zwemmen zelfs eendjes in! Nederlanders zijn zo aardig, iedereen spreekt Engels en als ik de weg kwijt ben, is er altijd iemand die mij helpt.’ Ze moet lachen als wij vertellen dat de Nederlanders bekend staan om hun horkerigheid. ‘Direct bedoel je, dat vind ik juist fijn, dan weet je waar je aan toe bent. Amerikanen zijn ook direct. Als ik reis bezoek ik graag musea en oude huizen. Mijn hotel hier in Amsterdam is een oud handelshuis, ik heb er naar de geschiedenis gevraagd. Ik leer veel van andere culturen en ja, ik gebruik ze in mijn boeken.’

                                                                

Het laatste boek, De Verhalen , is een mix aan verhalen, geschreven door Meghan Lindholm en Robin Hobb. We hebben er van genoten, wanneer beslist u nu onder welke naam u een verhaal schrijft? Doe u dat vooraf, tijdens of achteraf? ‘Als ik onder Robin Hobb schrijf, neem ik de tijd voor een karakter. Ik wil dat de lezer in zijn/haar hoofd zit. Het personage moet voelen, ruiken en pijn hebben. Daarom zijn er in deze bundel ook minder verhalen van Robin Hobb, korte verhalen liggen haar niet zo. Meghan schrijft veel directer en bondiger.’ Er volgt een leuke discussie over hoe een verhaal op te bouwen. Robin Hobb zegt wel te plannen, maar niet zo strak en daardoor loopt ze wel eens vast. ‘Niet zo slim, hè?’ Proeflezers,die gebruikt ze niet echt meer. Zelf leest ze alles goed door, soms wel vijf en zes keer, en dan past ze verhaallijnen aan. Dan gaat het manuscript naar de redacteur. Deze haalt de trage of juist de te snelle stukken eruit of er komt een vraag om een haarkleur te veranderen, omdat het personage bijvoorbeeld eerst blond was en verderop in het verhaal ineens donker. Na deze aanpassingen gaat het manuscript naar de hoofdredacteur en als laatst naar de eindredactie. Op de vraag of ze nog steeds nerveus is als een boek naar de uitgever gaat, roept ze: ‘Oh yeah!’ Ze vind het dan het ergste dat ze ooit heeft geschreven en gooit het een week in de la. ‘Ken je dat gevoel als het af is? Het voelt als de dag na kerstmis.’

 

Een man, kinderen, een baan en schrijven, hoe doet ze dat? ‘Toen de kinderen klein waren, schreef ik pas als ik ze aangekleed en op school had. Ik paste mij in in hun schema. Weet je, je kan altijd schrijven! Met een schrift in de speeltuin, tijdens het koken van de aardappels, waar een wil is is een weg.’ Dan lachend: ‘mijn man zat veel op zee, dus aan hem had ik ook niks. Mensen zeggen vaak, ik wil een boek schrijven, tegen die mensen zeg ik: ga nu schrijven, wacht niet tot na de studie, tot na de baby, tot na het pensioen. Dan maar een minder net huis. Schrijven is doorzetten. En ja, daar moet je dingen voor laten.’

Vroeger schreef ze voor kindermagazines. Dat vindt ze moeilijker dan verhalen voor volwassenen. ‘Er zijn zoveel dingen om rekening mee te houden als je voor kleine kinderen schrijft.’ Het heeft haar wel geleerd om een verhaal kort en krachtig te houden. Twee van haar eigen kinderen lezen haar boeken, de derde leest liever spannende boeken. Ja, ze denkt wel dat een van hen ooit ook een boek gaat schrijven. ‘Weet je iedereen heeft een levensverhaal in zich, dat verdient verteld te worden.’

 

Leest ze zelf nog wel? ‘Ja! Ik lees alles. Zelfs kookboeken. Helaas heb ik niet meer zoveel tijd als toen ik een tiener was. Toen las ik een boek in de week. Het heeft mij geïnspireerd om schrijver te worden. Ik las graag sprookjes, sagen, mythen en legendes. Een aantal Gouden Eeuw schrijvers, prachtig vond ik dat. Ik wilde altijd al schrijver worden, maar mijn ouders vonden een goede opleiding belangrijk. Dus koos ik communicatie, daar heb ik altijd wel wat aan dacht ik. Ik heb naast het schrijven bergen baantjes gehad om voor brood op de plank te zorgen. Ik zei al, schrijven is doorzetten.’

 

Levende Schepen is zeker gebaseerd op haar man en zijn liefde voor boten? ‘Jazeker, hoewel ik de passie iets minder deel,’ lacht ze. ‘Mijn man vaart zijn hele leven al. Dit jaar blijft hij voor het eerst een jaar aan wal. Om een opleiding zelf boten bouwen te volgen. We hebben een eigen boot, Charming. Helaas heb ik te weinig tijd om veel te varen. Boten hebben een eigen persoonlijkheid en dat heb ik proberen te vangen in mijn Levende Schepen serie. Ik schrijf altijd en overal, ik draag een blocnote dag en nacht bij mij. Ik heb ook veel op de boot geschreven. Ik probeer vaak wat uit en wat sterk is, blijft hangen. Daar ga ik dan mee aan de slag. Ik zou graag nog een Urban Fantasy schrijven. Vinden jullie dat wat?’ Dat vinden wij wel wat!

 

Leest ze zelf graag korte verhalen of lange? ‘Ik vind het interessant om korte verhalen van nieuwe auteurs te lezen. Dan zie je wat ze kunnen, of er talent is. Het is vreselijk moeilijk om een kort krachtig verhaal neer te zetten. Ik moet altijd te veel knippen.’ Wat doet ze nog meer aan ontspanning? Heeft ze hobby’s? ‘Oh, ik heb altijd al willen breien. Maar mijn moeder was links en heeft het mij nooit fatsoenlijk kunnen leren. Ik tuinier graag en in onze tuin hebben we sinds kort een enorm kippenhok. Geweldige beetjes.’ Ze pakt haar camera en laat ons de chickenfarm zien en de boot en een stukje van de groentetuin. Een lieveheersbeestje besluit op dat moment om op haar schouder te gaan zitten. ‘That’s for good luck!’

 

Het interview is ten einde, maar we mogen nog even doorkletsen. Dat pakken we graag aan. Hoe ziet ze de digitalisering? En vinden ze in Amerika ook dat de jeugd minder leest? Wij vinden zelf van niet, ze kopen misschien minder boeken. ‘Ja, inderdaad. De jeugd leest meer dan ooit. Op een andere manier. Ik begrijp alleen niet dat de techniek elkaar zo tegen werkt. Ik probeerde in Frankrijk een boek te bestellen bij Amazon, naar mijn hotel. Maar dat was onmogelijk omdat ik een account in Amerika had! Ik ben erg benieuwd wat het ons gaat brengen. Ik zou graag een extraatje willen bij mijn volgende boek. Een landkaart van de wereld, waar je in rond kan lopen. Zo’n app of zo. Of via een e-book met een link….’ We worden onderbroken, de volgende staat in de startblokken. We schudden haar hand en bedanken haar hartelijk. Wat een fantastische vrouw en schrijfster!

 

Cocky en Astrid Lecomte



Bezoekersreacties: