Het Genre en ik
Door: Mike Jansen op 6 augustus 2012


Het Genre en ik
Ik ben er zo een die op zijn zesde een complete encyclopedie van zijn ouders kreeg omdat ze mijn vragen niet meer konden beantwoorden. Die kind aan huis was in de bibliotheek en elke dag het maximum aan boeken meenam en de volgende dag –gelezen- weer inleverde. Die alles las wat los of vast zat, over alles wat op dat moment mijn interesse had.


In die tijd had je in de jeugdbieb zo’n tekentje op de boeken staan om aan te geven dat het “fantastische” literatuur was. Een paar bolletjes op elkaar, als ik het me goed herinner. Het eerste boek dat ik me daar echt van herinner is ‘De Nacht van Abaddon’ van Felix Thijssen. Om de een of andere reden maakte dat boek iets in me los en langzaam verschoof mijn smaak steeds meer in die richting. ‘Gewone’ literatuur vond ik veelal dodelijk saai. Al snel nam ik alleen nog maar ‘bolletjes’ boeken mee naar huis, naast het nodige aan populair wetenschappelijke literatuur.

Zo rond mijn negende had ik daardoor een probleem. Hoewel goed voorzien van boeken, was mijn bibliotheek niet ingesteld op kinderen die zoveel boeken lazen. Gelukkig had ik ook familie die nog wel eens een en ander las dus daar kon ik terecht voor de populaire boeken van die tijd, Tolkien, Jack Vance, A.E. van Vogt en vele anderen.

Ook dat was geen definitieve oplossing. Dus vroeg ik mijn ouders of ze boeken voor me mee konden nemen. Dat werkte op zich goed en ik gebruikte de kaart van mijn ouders om de boeken te halen die in de jeugdafdeling niet voorhanden waren. Stephen Donaldson, Heinlein, meer Tolkien, meer Vance, Delaney, Niven, Pohl, Zelazny en vele anderen –met name de klassiekers- kwam ik nu ineens tegen. En voor mij was het allemaal nieuw.

De bibliotheek kwam er uiteindelijk achter en ze waren het er niet mee eens dat ik op een volwassenenkaart boeken leende. In overleg met mijn ouders werd me toen een eigen volwassenenkaart gegeven, dus waar ik eerder nog beperkt werd doordat mijn ouders zelf ook boeken lazen, had ik nu volledige toegang tot alles.

Tot ook dat op was. Gelukkig had ik daar even voor nodig gehad en kon ik probleemloos doorstromen naar de grote bibliotheek in de stad. En daar hadden ze alles dat ik wilde hebben. Ook vond ik daar de Nederlandse schrijvers die bij mijn oude bibliotheek maar mondjesmaat voorhanden waren. De complete Felix Thijssen, maar ook de eerste boeken van een zekere Wim Gijsen. En wat raar uitziende boeken van een toen voor mij volslagen onbekende Nederlandse auteur genaamd Tais Teng die mijn ogen opende met zijn geheel eigen, fantasievolle, barokke stijl. En de verhalenbundels met kort werk van Nederlandse schrijvers. Alle Ganymedessen achter elkaar verslonden.

Maar ook aan de grote bibliotheek kwam een eind qua Genre. Gelukkig had ik inmiddels voldoende Engels geleerd om dat eens te proberen, want er waren een paar boeken waarvan ik tweede en derde delen zag staan en waarvan ik het eerste deel in het Nederlands gelezen had. Ik herinner me nog heel goed de opwinding die ik voelde toen ik ‘Elf Stones of Shannara’ zag staan, vervolg op ‘Het Zwaard van Shannara’ van Terry Brooks.

Vanaf dat moment was het hek echt van de dam. Nederlands, Engels, hier en daar wat Duits, alles ging naar binnen. Het zijn er duizenden geweest.

Het lezen is inmiddels wat minder geworden, met name omdat ik tegenwoordig zelf schrijf en dat kost toch wel heel veel tijd. Maar al die mooie, fantasierijke, slimme, opwindende verhalen, ze zijn me bijgebleven en vormen voor mij een bron van wijsheid, een stukje inspiratie en een doel op zich. Denkend aan de mooie momenten die ik gehad heb, weet ik: zulke boeken wil ik ook schrijven. In de hoop dat iemand anders datzelfde gevoel van verwondering ervaart zoals ik dat ervoer als acht- of negenjarig jongetje in de bibliotheek.

Mike Jansen

Mike heeft Flash Fiction, korte verhalen en langer werk gepubliceerd in verschillende verhalenbundels en bladen in Nederland. Daaronder de magazines Cerberus, Wonderwaan, Ator Mondis en de Babel-SF en Verschijnsel verzamelbundels zoals Ragnarok en Zwarte Zielen. Vanaf 1991 is Mike aan het schrijven geweest aan verschillende korte verhalen en is hij begonnen aan zeven romans. Die allemaal niet af kwamen om uiteenlopende redenen. Daarnaast heeft hij in verschillende King Kong Award en Millennium Prijs Jury's gezeten en heeft hij samen met Roelof Goudriaan een jaar of tien aan Babel Publications gewerkt.

In 1991 won hij de Rob Vooren prijs voor beste nieuwe auteur en in 1992 de King Kong Award voor beste korte verhaal, samen met Paul Harland.

Na een schrijfhiaat van zo’n tien jaar schreef Mike eind 2011 zijn debuutroman, De Falende God, (welke nu door 1 van de recensenten van MagicTales.nl wordt gelezen) een breed opgezette dark fantasy roman, eerste deel van een pentalogie die ergens in 2013 afgerond moet zijn. Het tweede deel ‘In Schaduwen van Weleer’ verschijnt in de loop van 2012 bij Verschijnsel.

Meer recent schrijft hij ook veel in het Engels en publiceert op de Engelse markt voor bladen en verzamelbundels, mede omdat daar in Nederland niet genoeg ruimte voor is.

Een bezigheid die hij ook weer heeft opgepakt is het hoofdredacteursschap voor uitgeverij Verschijnsel (de voortzetting van Babel Publications), waar zijn voornaamste aandachtsgebied de e-publicatie-markt is.

Hij woont in Hilversum met zijn gezin en naast schrijven werkt hij ook nog wel eens voor een cutting edge technologiebedrijf waar hij science-fiction technologie mag bedenken en maken en hij doet dat redelijk internationaal.



Bezoekersreacties:
M. vdn Broek (62) op 7 augustus 2012:
Leergierige man, altijd al gedacht en heel veel fantasie. Ondanks dat sf mijn stijl niet is heb ik de falende god gelezen en hoop ook deel 2, 3 enz te kunnen lezen. Geduld is een schone zaak :)