Italië, 2007.
Een mooie avond in Toscane. De wijn was heerlijk en ik tuurde naar de sterren die als verdwaalde vuurvliegjes iets magisch uitstraalden. Op mijn schoot lag een heerlijk boek waarvan ik ieder moment de eerste bladzijde open kon slaan, maar iets weerhield me ervan. Kijkend naar de sterrennacht dacht ik aan het nu, de toekomst en het verleden. De kaars die op tafel stond stopte met vlammen en om me heen werd het donker. Alleen de sterren in de nacht lichtten op en prikkelden mijn gedachten. Mijn gedachten aan vroeger, aan Overschie.
Magisch, dacht ik ….
‘Dat is een katjesboom’, hoorde ik mijn broer zeggen. ‘Van die dingetjes maken de kabouters mutsjes, wist je dat?’ Hij liet me de kleine, pluizige bloemen zien. ‘ Ze zitten overal, die mannetjes, maar als ze ons zien duiken ze snel weg!’
Onderweg naar de kleuterschool plukten we de ‘mutsjes’ van de takken, maar voelden ons tegelijkertijd schuldig.
‘Volgens mij zijn het de baardjes van de kabouters’, dacht ik het beter te weten en ik keek tussen de struiken om één van die mannetjes te kunnen betrappen.
Magisch, schoot het door mijn dromerige hoofd en de sterren prikkelden me verder …
‘Hoe kan dat nou? Ik heb het toch gezien in een film.’
De knikker op tafel bewoog niet. Samen met een vriendje keek ik er heel intensief naar. We draaiden met onze ogen, alsof we de kogel een oplawaai wilden geven, maar er was geen beweging in te krijgen.
‘Zie je wel, telepathie bestaat niet’, zei ik teleurgesteld. ‘Allemaal fantasie!’
‘Kinetische energie bedoel je!’ corrigeerde mijn vriendje me en terwijl we opstonden om te gaan voetballen, bewoog het kleinood opeens als vanzelf.
‘Dus toch!’ We keken er allebei nog even naar, pakten de bal en liepen naar het grasveld.
Magisch, dacht ik onbewust weer en het beeld werd als door een storm weggeblazen om weer plaatst te maken voor nieuwe gedachten.
Beelden schoten door mijn hoofd. De herinneringen aan vroeger maakten plaats voor nog veel meer magie. Tita Tovenaar, Catweazle, Potter, Lord of the Rings, Narnia, kortom alles wat met magie te maken had passeerde de revue. Alles had wel een eigen beeld, een eigen sfeer en een eigen magie. Het was prachtig!
Magisch, dacht ik weer en vanaf dat moment wist ik het. Ik moest mijn gedachten, mijn herinneringen en mijn fantasie aan het papier toevertrouwen. De wijn was heerlijk en ik dommelde weg in de donkere Toscaanse nacht. Mijn gedachten maakten plaats voor een droom waarin ik uiteindelijk de ultieme, de échte magie van mijn leven droomde: die van het bestaan van mijn lieve dochters!
Magischer kan het niet, dacht ik, terwijl de gezichten van mijn dochters in het licht van de sterren oplosten.