Thuis in een vreemde wereld
Daar ga ik weer. Over het paadje dat zich dwars door lage doornstruikjes slingert, een stuk over het strand en dan over die richel langs de rots naar boven. Onder me beukt de zee, golven spatten zo hoog op dat ik de druppels in mijn gezicht voel. De richel is maar smal en als ik misstap, of uitglijd... Maar dat is nog nooit gebeurd, en boven is de rust. De hoogvlakte met de kring van rechtopstaande stenen, waar magische rituelen plaatsvinden.
Zo vaak ben ik daar geweest. Middenin de nacht, bij volle maan, om een ritueel te aanschouwen. Overdag, in weer en wind, met die beukende zee, en boven, op de hoogvlakte, de wind die aan haren en kleren rukt.
Ik zie het zo voor me, ik ruik bijna het zand en de begroeiing na een regenbui, de zilte lucht. Ik zou met mijn vinger over een steen kunnen wrijven en de zoute, vettige laag voelen van neergedaalde zeelucht.
Maar dat kan niet. Ik heb er niet eens een foto van. Het bestaat niet. Het is een stukje van de wereld van Argadwyn.
Sinds ik het manuscript maanden geleden naar enkele uitgevers stuurde, ben ik er niet meer geweest. Maar ik kan er zo naar terugkeren, naar die vreemde, magische wereld, met gebruiken en tradities die in onze echte wereld niet zouden kunnen. Fysiek, maar ook moreel.
De verhoudingen tussen mensen, het waarom achter hun gewoonten. Hoe je in het leven staat als je op een bepaalde plek, in een bepaalde familie geboren bent.
Van die wereld weet en begrijp ik misschien net zoveel als van onze wereld. Dat moet ook wel, anders kun je er niet over schrijven. Je moet weten welke gevolgen een bepaalde actie kan hebben, je moet weten wat er gebeurt als je tegen de traditie ingaat. Je moet weten hoe de mensen wonen, wat ze aan hebben, hoe ze zich verplaatsen.
Weet je dat niet, dan loop je onherroepelijk vast. Er komt gewoon een moment dat je je personage ergens heenstuurt en het dan niet meer weet. Een dichte deur. Een dorp waar je de mensen, de gebruiken niet kent.
Als fantasyschrijver moet je door die vreemde wereld lopen alsof het je eigen straat is, je eigen huis. Als je een la opentrekt, weet je precies wat erin ligt. Als je een sleutel krijgt, weet je op welke deur die past.
Niet allemaal vantevoren. Het schrijven van Argadwyn was voor mij een ontdekkingsreis. Haar wereld was groter dan ik dacht toen ik eraan begon. Er bleek een verborgen bron te zijn, en een een plek die slechts één persoon kende.
Nog steeds herbergt die wereld geheimen die ik niet ken. Geheimen die ik nog zal ontdekken als ik weer eens terugkeer. Over een tijdje, als ik het vervolg op Argadwyn ga schrijven. Als ik weer naar huis ga.