Recensie:
MagicTales.nl (Rik Raven) op 12 september 2012:
De Donkere Toren houdt Stephen King al bezig sinds 1970 en met hem natuurlijk ook zijn lezers, zoals ondergetekende. Een reeks boeken, zo veelomvattend dat er ineens personages uit andere boeken opduiken, omdat er in dat deel een belangrijke rol voor ze blijkt te zijn weggelegd. King maakt gebruik van namen, frasen en beelden uit andere/eerdere boeken op zo'n manier dat mij - als lezer – het gevoel wordt gegeven dat alles van King op de een of andere creatieve manier samenhangt met een universum dat zijn boeken laat ontstaan.
De Wind door het Sleutelgat kan los van de serie worden gelezen, maar je kan het ook zien in het gehele epos als een deel tussen Tovenaarsglas en Wolven van de Calla, deel 4,5 als het ware. We zitten dan ook weer in Midden-Wereld en voor velen die de avonturen van Roland en zijn ka-tet – Eddie, Susannah, Jake en de brabbeldas Oy – jarenlang hebben gevolgd, is het een prettig weerzien. Roland Deschain van Gilead behoort tot de groep scherpschutters, die orde handhaaft in een nagenoeg wetteloze wereld. In het voorwoord legt King al uit dat Roland sinds zijn jeugd gekweld wordt door een verschrikkelijke vloek, omdat hij zich persoonlijk verantwoordelijk houdt voor de dood van zijn moeder Gabrielle Deschain.
Aan het begin zien we Roland en zijn ka-tet verder trekken op hun queeste naar de Donkere Toren. Ze volgen het Pad van de Straal en hebben enkele dagen ervoor afscheid genomen van het Groene Paleis, als Oy, de brabbeldas – een inheems wezen met gouden ogen - zich raar begint te gedragen. Tegelijk komt er bij Roland een oude herinnering boven aan een boek met Magische Verhalen waaruit zijn moeder hem voorlas. 'De Wind door het Sleutelgat' was de titel van een van die verhalen.
Oy is een brabbeldas, een throcken, en die bezitten naast het vermogen enkele woorden te kunnen spreken, ook de gave van het voorspellen van de Starkblast. Dit is een storm die plotseling opkomt, wat dan klinkt als het geluid “dat levend hout maakt wanneer het in één keer ineenkrimpt. Meertjes bevriezen, vogels vallen bevroren uit de lucht en dan pas komt de wind met stormkracht.” Dit wordt verteld zoals we van King gewend zijn, soms een beetje te uitgebreid, maar je leest door omdat je weet dat het uiteindelijk het wachten waard is.
Roland en zijn ka-tet schuilen in een verlaten dorpshuis. Hij denkt aan zijn ka-makkers uit zijn jeugd en verzucht: 'Vervlogen Dagen.'
Dan begint hij met vertellen en dat blijkt een verhaal te zijn waarin het verhaal over de Wind door het Seutelgat wordt verteld. Hieruit blijkt zijn meesterlijke vertelkunst. Hij weet in één boek drie verhalen te vervlechten tot een coherent verhaal en allemaal hebben ze wat met elkaar te maken.
Als overtuigd Donkere Torenlezer ben ik zwaar bevooroordeeld, dat besef ik, ik ga niemand bewust overhalen om dit boek te lezen en ik probeer evenmin met mijn woorden iemand aan te zetten tot het niet-lezen van dit boek. Ondanks deze poging tot neutraliteit slaakte ik na het lezen van De Wind door het Sleutelgat weer die ene zucht. Een – inmiddels voor mij bekende en gevreesde – zucht van gelatenheid en teleurstelling, omdat de woorden niets meer te vertellen hebben, omdat het nu toch echt klaar is, omdat ik weg ben uit de Wereld, die ook mijn wereld is geweest in die paar dagen.
Als King vertelt, blijf ik lezen en hij heeft met De Donkere torenserie, en nu dus weer met de Wind door het Sleutelgat, een imposant staaltje gegeven van pure – aan de lippen kluisterende – vertelkunst.
Oordeel: 
Bezoekersreacties: